ECLI:NL:PHR:2025:50
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging ondanks overschrijding redelijke termijn in geweldsdiefstalzaak
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf waarvan twee maanden voorwaardelijk voor diefstal met geweld, gepleegd samen met een ander. Het hof motiveerde de straf mede door te verwijzen naar een eerdere onherroepelijke veroordeling voor geweldsdelicten van de verdachte.
In cassatie werd aangevoerd dat het hof ten onrechte had verwezen naar eerdere veroordelingen en dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht rekening hield met de eerdere onherroepelijke veroordeling, ook al was deze al geruime tijd geleden en was er slechts één eerdere veroordeling.
De overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase werd erkend, maar dit leidde niet tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad volstaat met een constatering van de termijnoverschrijding en wijst het cassatieberoep af. De strafoplegging blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen, strafoplegging blijft in stand ondanks overschrijding redelijke termijn.