Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
niet-afgedane zaken. Gelet op hetgeen door en namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd, verstaat de Hoge Raad deze in ongelukkig gekozen bewoordingen gestelde verwijzing evenwel aldus dat het Hof daarmee als onderdeel van zijn motivering van de straf slechts tot uitdrukking heeft willen brengen dat het - in weerwil van hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken passend en geboden acht en dat het in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding ziet voor de oplegging van een gevangenisstraf van een dag in combinatie met een werkstraf. Dat oordeel getuigt, gelet op hetgeen hiervoor is vooropgesteld, niet van een onjuiste rechtsopvatting.
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Beslissing
20 maart 2018.