ECLI:NL:PHR:2025:633

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2025
Publicatiedatum
1 juni 2025
Zaaknummer
23/04856
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 lid 3 onderdeel a Wegenverkeerswet 1994Art. 3 onder C OpiumwetArt. 9a SrArt. 11 lid 1 OpiumwetArt. 13 lid 1 Opiumwet
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens overtreding zonder strafoplegging

De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 en het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van de Opiumwet. Het hof heeft echter met toepassing van artikel 9a Sr geen straf of maatregel opgelegd. Het cassatieberoep van de verdachte richtte zich uitsluitend op de veroordeling voor het derde feit, betreffende het bezit van hasjiesj.

De bewezenverklaring stelde vast dat de verdachte een hoeveelheid hasjiesj had, maar niet dat dit opzettelijk was gebeurd. Dit kwalificeert als een overtreding en niet als een misdrijf. Op grond van artikel 427 lid 2 Sv Pro is cassatie niet mogelijk tegen arresten betreffende overtredingen waarbij geen straf of maatregel is opgelegd.

De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep daarom niet-ontvankelijk is, ook al heeft het hof het feit kennelijk ten onrechte als misdrijf gekwalificeerd. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het hof geen straf of maatregel heeft opgelegd bij een overtreding.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/04856
Zitting10 juni 2025
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 8 december 2023 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens onder 1 "overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (145 microgram)" en onder 3 “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld. Het hof heeft met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel opgelegd.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Volgens de daarvan opgemaakte akte is het beroep beperkt tot “de veroordeling van feit 3”. [1] M.C. van der Want, advocaat in Middelburg, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:
“hij op 6 september 2012 te Middelburg aanwezig heeft gehad ongeveer 97,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.”
2.2
De bewezenverklaring houdt in dat de verdachte ongeveer 97,3 gram, maar in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram hasj aanwezig heeft gehad. Bewezenverklaard is niet dat de verdachte dit opzettelijk zou hebben gedaan. Dit is ook niet aan de verdachte tenlastegelegd. Gelet op art. 11 lid 1 in Pro samenhang met art. 13 lid 1 van Pro de Opiumwet gaat het hier dus om een overtreding, en niet om een misdrijf. [2] Het hof heeft ter zake van het onder (1 en) 3 bewezenverklaarde toepassing gegeven aan art. 9a Sr en geen straf of maatregel opgelegd.
2.3
Op grond van artikel 427 lid 2 Sv Pro staat voor de verdachte geen cassatieberoep open tegen arresten betreffende overtredingen indien met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel is opgelegd. De Hoge Raad kan het beperkt ingestelde cassatieberoep daarom niet in behandeling nemen. [3] Dat het hof het bewezenverklaarde door een kennelijke vergissing heeft gekwalificeerd als een misdrijf, maakt dat niet anders. [4]

3.Slotsom

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Dit lijkt mij een toelaatbare beperking van het cassatieberoep. Vgl. HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA1610,
2.Vgl. HR 18 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:622, r.o. 2.3.1.
3.Zie bijv. HR 11 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1309.
4.HR 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2237.