ECLI:NL:PHR:2025:7
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens falende bewijsklacht over voorhanden hebben vuurwapens en munitie
Verdachte werd door het hof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens meerdere feiten, waaronder medeplegen van handelen in strijd met de Wet wapens en munitie (WWM) en deelneming aan een criminele organisatie. Het hof baseerde zijn oordeel op uitgebreid bewijsmateriaal, waaronder OVC-gesprekken, camerabeelden, DNA-sporen en verklaringen van vuurwapendeskundigen.
Verdachte stelde in cassatie dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had over het begrip 'voorhanden hebben' en dat het bewijs onvoldoende was om zijn bewustheid en beschikkingsmacht over de wapens en munitie op stashlocaties vast te stellen. De Hoge Raad overwoog dat het hof terecht had geoordeeld dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van vuurwapens en munitie, dat hij feitelijke macht had over deze voorwerpen en dat sprake was van nauwe en bewuste samenwerking met mededaders.
De Hoge Raad bevestigde dat het begrip 'voorhanden hebben' inhoudt dat de verdachte zich bewust is van de waarschijnlijke aanwezigheid van wapens of munitie en feitelijke macht kan uitoefenen, zonder dat dit zich hoeft uit te strekken tot specifieke kenmerken of exacte locatie. De bewijsmiddelen, waaronder geluiden van vuurwapens, gesprekken over wapens, aanwezigheid op het woonwagenkamp en stashlocaties, en DNA-sporen, ondersteunen het oordeel van het hof.
Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen. De veroordeling van verdachte blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot medeplegen van vuurwapenhandel en voorhanden hebben van vuurwapens en munitie blijft in stand.