Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
daarmeenaar het oordeel van het hof een onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces is gemaakt die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd. Dat het doel van pedagogische interventie al op andere wijze is behaald en een vervolging en veroordeling alleen maar nadelige en disproportionele gevolgen zal hebben voor de verdachte, is volgens het hof eveneens toe te schrijven aan de termijnoverschrijding. Ook uit ’s hofs slotoverwegingen volgt dat enkel de niet-verklaarbare termijnoverschrijding in deze zaak ten grondslag is gelegd aan het niet-ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Daarbij wijs ik erop dat het hof een en ander heeft overwogen onder de kop ‘
Rechtsgevolg van de overschrijding van de redelijke termijn’. Zoals uit de hiervoor besproken rechtspraak van de Hoge Raad volgt, kan overschrijding van de redelijke termijn echter nimmer leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging. [7] Ook niet in uitzonderlijke gevallen, of zoals het hof in de onderhavige zaak heeft overwogen in eenvoudige zaken waarin sprake is van een zeer ernstige overschrijding. Het oordeel van het hof geeft derhalve blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De steller van het middel klaagt daarover terecht.