Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
1. subsidiair
Ten aanzien van feiten 1 en 2
[getuige 1]:
[getuige 1]:
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en vijftig weken wegens medeplichtigheid aan doodslag, het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, en het bezit van een vuurwapen. Het hof stelde vast dat de medeverdachte op 1 april 2022 het slachtoffer met een vuurwapen doodschoot, waarbij de verdachte hem actief ondersteunde door hem te vervoeren en de confrontaties met het slachtoffer mee op te zoeken.
De verdachte had het vuurwapen enkele weken eerder aan de medeverdachte verkocht en wist dat deze het wapen bij zich droeg in een Louis Vuitton-tasje. Gedurende de dag zochten zij herhaaldelijk confrontaties met het slachtoffer op, waarbij de verdachte ook contact met het slachtoffer initieerde en de situatie niet de-escaleren.
Hoewel het hof de verdachte vrijsprak van medeplegen van doodslag wegens gebrek aan voorbedachte raad en onvoldoende nauwe samenwerking, achtte het hof bewezen dat de verdachte medeplichtig was aan de doodslag. Het opzet van de verdachte was gericht op afpersing, maar dit misdrijf hield voldoende verband met de gepleegde doodslag. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat het verband onvoldoende zou zijn en bevestigde de veroordeling.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld voor medeplichtigheid aan doodslag en kreeg een gevangenisstraf van vier jaar en vijftig weken.