Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Noodweer(exces)-verweer
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 220 uur wegens voortgezette zware mishandeling en mishandeling. Het hof wees het beroep op noodweer en noodweerexces af, omdat de gedragingen van de verdachte als aanvallend en niet als verdedigend werden beoordeeld.
De verdachte had aangevoerd dat de ruzie uit meerdere momenten bestond en dat zij zich tijdens de tweede confrontatie tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding had verdedigd. Het hof oordeelde echter dat de verdachte steeds de confrontatie zocht en dat de aangever haar uit zijn woning wilde hebben, wat door getuigenverklaringen werd bevestigd. Ook achtte het hof het niet aannemelijk dat de aangever de verdachte met een mes had aangevallen.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht het noodweer(exces)verweer verwierp, mede omdat zonder wederrechtelijke aanranding geen noodweer kan bestaan. Daarnaast faalden de klachten over het ontbreken van pleitnotities in het cassatieproces. De Hoge Raad wees het beroep af en merkte op dat de redelijke termijn was overschreden, wat tot vermindering van de taakstraf door het hof zou moeten leiden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam bevestigd.