Conclusie
Nummer 24/02047
Inleiding
medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel", onder 2 “
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod”, en onder 3 “
diefstal”, veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
Het eerste middel
waiver) heeft prijsgegeven en tegen de daarop gebaseerde beslissing om de politieverklaring van [getuige 1] voor het bewijs te gebruiken.
Al met al zou ik hem willen horen over de onderliggende relatie tussen hen, over de aansturing door mijn cliënt, in hoeverre mijn cliënt kon beschikken over het perceel, of het andere chalet al dan niet bewoond was, of daar in dat chalet mensen woonden, of mijn cliënt bekend is met hennepteelt, alsmede of hij ooit eerder een henneplucht heeft geroken.” [2]
Voorts wenst de verdediging [getuige 1] te horen. Hij heeft destijds verklaard in opdracht van client klusjes in en om het huis te doen, zoals dieren verzorgen, onderhoud van het terrein en onderhouden van de tuin / bos. Zijn verklaring is belastend omdat hij cliënt presenteert als de man die over het gehele terrein gaat, hetgeen niet zo is, zo blijkt uit de bewijsoverweging van de rechtbank, pag. 8: ‘Ter terechtzitting heeft de raadsman van verdachte aangevoerd dat verdachte niet het gehele perceel aan [a-straat 1] te [plaats] huurde, maar slechts de woning en de paardenweide.’ Overigens dient de getuige bevraagd te worden over het komen en gaan van mensen zoals zichtbaar is op de camerabeelden; of deze mensen in relatie staan tot client en/of de productie en verkoop van hennep.” [4]
De getuige is niet verschenen. Wel is verschenen:
Op 6 september 2023 is door het kabinet van de raadsheer-commissaris een e-mail ontvangen van de echtgenote van de getuige [getuige 1] , met daarbij gevoegd een doktersverklaring met het navolgende inhoud:
De voorzitter deelt mede dat het hof in het procesdossier als nieuwe stukken heeft aangetroffen:
2023, opgemaakt door de raadsheer-commissaris in dit gerechtshof, alsmede een medische verklaring d.d. 6 september 2023, waaruit blijkt dat de getuige [getuige 1] om medische redenen niet is kunnen worden gehoord;
2023, opgemaakt door de raadsheer-commissaris in dit gerechtshof, alsmede van voormelde medische verklaring d.d. 6 september 2023.”
Overigens heb ik nog een verificatieslag proberen te maken door het bekijken van camerabeelden of het horen van [getuige 1] , maar aan beide verzoeken kon om verschillende redenen geen [materieel] gehoor worden gegeven. De camerabeelden bleken net als de [in eerste lijn uitgebreid besproken] netwerkmeting verdwenen. [getuige 1] is dement; wellicht ook al ten tijde van het afleggen van zijn verklaring in 2017.”
Waarover gaat het middel?
Bij deze stand van zaken hoeft[de raadsheer-commissaris]
getuige niet meer te horen”) afgeleid dat de verdediging deze aanspraak heeft laten varen. De stellers van het middel achten deze gevolgtrekking onbegrijpelijk en verbinden daaraan de conclusie dat het hof heeft verzuimd de ‘driestappentoets’ te doorlopen en te beoordelen of de procedure ‘als geheel’ [8] voldoet aan de eisen van een eerlijk proces. De stellers van het middel vergelijken de vastgestelde dementie van de getuige met het overlijden van een getuige. In zo’n geval kan (ook) niet worden aangenomen dat de verdediging het ondervragingsrecht heeft prijsgegeven indien het “
niet toch nog het verzoek tot het horen van de getuige ter terechtzitting herhaalt”, aldus de stellers van het middel.
Afstand van het recht op de ondervraging van een ‘ongehoorde’ getuige à charge
waiver)
kanworden gedaan van het in artikel 6 lid 1 en Pro lid 3 sub d EVRM verankerde recht op de ondervraging van een getuige à charge, staat op zichzelf niet ter discussie. [9] Verdedigingsrechten zijn
waivable, juist omdat de verdachte vrij is in het bepalen van zijn proceshouding en in de keuze om van zijn verdedigingsrechten wél of géén gebruik te maken. [10]
waiverworden gesteld, wil zij als rechtsgeldig kunnen worden aangemerkt. Een
waiverkan zowel uitdrukkelijk worden gedaan als impliciet, dat wil zeggen: uit gedragingen worden afgeleid. [11] Een
waiverzal echter in alle gevallen vrijwillig, goed geïnformeerd (omtrent de consequenties ervan) en ondubbelzinnig moeten zijn. [12] Over het prijsgeven van het recht op de ondervraging van een getuige overwoog het EHRM:
It follows that a waiver of the right to examine a witness, a fundamental right among those listed in Article 6 § 3 which constitute the notion of a fair trial, must be strictly compliant with the above requirements.” [13]
De bespreking van het middel
bij deze stand van zaken(…) getuige niet meer hoeft te horen” (onderstreping mijnerzijds), kan redelijkerwijze niet anders worden begrepen dan als de mededeling dat wegens de voortschrijdende dementie van de getuige een zinvolle ondervraging onmogelijk was geworden. In het verlengde hiervan heeft de raadsman op de zitting van 10 mei 2024 het hof laten weten dat aan het getuigenverzoek vanwege die dementie “
geen [materieel] gehoorkonworden gegeven” (onderstreping mijnerzijds). Aan een en ander heeft het hof m.i.
nietkunnen ontlenen dat de verdediging er welbewust (en om strategische redenen) voor heeft gekozen om af te zien van het getuigenverhoor. Een andere uitleg dan dat de raadsman kenbaar maakte met de voortgang van het proces in te stemmen maar uitsluitend vanwege de onmogelijkheid van een zinvolle ondervraging van de getuige, acht ik niet goed verdedigbaar.
waiverhad het hof aan de hand van de driestappentoets moeten nagaan of – vanwege (i) het uitblijven van een behoorlijke en effectieve gelegenheid tot ondervraging van de getuige [getuige 1] en (ii) het gebruik van zijn verklaring voor het bewijs – de eerlijkheid van het strafproces als geheel (met inbegrip van de bewijsvoering) in onaanvaardbare mate is aangetast. Het komt mij voor dat in het bestreden arrest besloten ligt dat er een aanvaardbare reden (
a good reason) bestond voor het ontbreken van de gelegenheid tot ondervraging van [getuige 1] , terwijl aan de verklaring van [getuige 1] binnen de door het hof opgetuigde bewijsconstructie – in elk geval op het eerste gezicht – weinig tot geen significant gewicht toekomt. [16] De uitkomst van de driestappentoets valt dus tot op zekere hoogte nu reeds te voorspellen.
Het tweede middel
De processuele gang van zaken
Op vragen van de raadsman verklaart de verdachte als volgt.
De bespreking van het middel
hardhandig is geweest en de verdachte daardoor letsel zou hebben opgelopen”. Het hof heeft het verzoek kennelijk niet opgevat als een verzoek processtukken toe te voegen zoals bedoeld in artikel 414 Sv Pro. De uitleg van wat ter terechtzitting naar voren wordt gebracht is voorbehouden aan de feitenrechter en kan in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst. Onbegrijpelijk is de uitleg niet. Ik licht dit nog kort toe.
te tonen” niet van belang kan zijn voor de beantwoording van de vragen als bedoeld in artikel 348 en Pro 350 Sv (welk belang het verzoek als volwaardig artikel 359a-verweer wel had
kunnenhebben). [19] Het kennelijk oordeel van het hof dat het verzoek niet kan worden aangemerkt als een verzoek “
stukken van overtuiging” over te leggen is niet onbegrijpelijk omdat de foto’s bij deze stand van zaken voor de verdachte geen ontlastende betekenis hebben. [20]