Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Witwassen [A] (zaakdossier 12A, feit 2)
375.448,05euro over de jaren 2010 tot en met 2014.
en diens vaderzich als vennoten (ook) schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van witwassen geldt dat deze overweging de motivering van een vrijspraak betreft. [7] Ik begrijp het middel niet zo dat tegen die vrijspraak in cassatie wordt opgekomen. Tot slot wordt geklaagd over de overwegingen van het hof met betrekking tot een versterking van het witwasvermoeden door, onder meer, aanwijzingen voor de betrokkenheid van de verdachte bij drugshandel in diverse afgeluisterde gesprekken. Daarbij wordt door het hof overwogen dat de verdachte zal worden vrijgesproken van “deelneming aan de criminele Opiumwet-organisatie”. [8] Zoals de steller van het middel terecht opmerkt is dit feit aan de verdachte in de onderhavige zaak niet ten laste gelegd. Nu het witwasvermoeden door het hof reeds wordt afgeleid uit overige omstandigheden (zie de bespreking van de tweede deelklacht, die niet tot cassatie leidt) laat ik dit punt verder onbesproken.
13. Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting in eerste aanleg van de rechtbank Limburg d.d. 26 mei 2021, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2]:
herkomstvan het geld, waaronder de gestelde incassowerkzaamheden, niet volgt en niet aanmerkt als een verklaring, die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Dat oordeel, en het hierop volgende oordeel van het hof dat het bewezenverklaarde bedrag afkomstig is uit misdrijf, is niet in strijd met het gebruik van bewijsmiddel 13.
Algemeen.
betrekkelijk lage vorderingniet kan voldoen.
DIT LIEP AL ZO VANAF 1999. Zo staat het in de boeken en zo wordt ook door de accountants verklaard.