Conclusie
advocaat: mr. G.E.M. Later,
hierna: het CIZ,
advocaat: mr. R. de Graaff.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
advocaatheeft ter zitting naar voren gebracht:
Standpunten ter zitting
Parket bij de Hoge Raad
Betrokkene, lijdend aan de ziekte van Huntington, was onderwerp van een verzoek tot opvolgende rechterlijke machtiging tot voortgezet verblijf in een accommodatie op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) had de rechtbank verzocht deze machtiging te verlenen, waarbij een zorgplan was overgelegd dat niet volledig de vormen van onvrijwillige zorg bevatte.
De rechtbank verleende de machtiging en wees het verweer van betrokkene af dat het verzoek moest worden afgewezen of aangehouden vanwege het onvolledige zorgplan. De rechtbank oordeelde dat de besluitvorming over onvrijwillige zorg bij de zorgprofessionals ligt en dat het zorgplan geen belemmering vormde voor de beoordeling van het verzoek.
In cassatie klaagde betrokkene dat dit oordeel in strijd was met diverse artikelen van de Wzd en het EVRM, en onvoldoende gemotiveerd was. De Hoge Raad concludeerde dat de wet en wetsgeschiedenis geen grond bieden om een verzoek om machtiging af te wijzen of aan te houden vanwege een onvolledig zorgplan. De rechterlijke machtiging ziet op opname en verblijf, terwijl onvrijwillige zorg een afzonderlijk regime kent. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de rechtbank over voldoende informatie beschikte om te beslissen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt verworpen en de opvolgende rechterlijke machtiging tot voortgezet verblijf wordt bevestigd.