Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Deverdachteverklaart -zakelijk weergegeven- als volgt:
1. Mijn cliënt geeft aan dat [betrokkene 1] op 22 januari 2021, aan [b-straat] , een aantal matrassen heeft gepakt van de grond. Die matrassen lagen langs de weg om als grof vuil door [B] te worden opgehaald. Dat 22 januari 2021 inderdaad een afhaaldag voor grof vuil betrof, blijkt overigens uit de afvalkalender 2021 van [B] die ik in eerste aanleg aan de politierechter heb overhandigd.
hij op 22 januari 2021 te [plaats] , opzettelijk, zich van afvalstoffen, te weten vijf houten platen, ongeveer 35 houten planken, papier, karton, een kunststof kap van ongeveer 2 meter, meerdere glazen TL-buis/TL-buizen en een lekkende jerrycan met anti-slip fixeermiddel, heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten”.
1. Een proces-verbaal overtreding van de Gemeente [plaats] , bonnummer [...] , overtredingsnummer [...] , zaaknummer [...], op 27 mei 2021 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 1] , boa domein openbare ruimte, Gemeente [plaats] , zakelijk weergegeven inhoudende:
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de hierna opgenomen bewijsmiddelen. Het hof ziet in hetgeen door de verdediging is aangevoerd geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van [verbalisant 1] te twijfelen.”