Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
proces-verbaal van aangifte(als bijlage op
pagina 4 e.v.van het proces-verbaal), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als
verklaring van [benadeelde]:
proces-verbaal van getuige(als bijlage op
pagina 41 e.v.van het proces-verbaal), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [getuige] :
proces-verbaal van bevindingen(als bijlage op
pagina 15 e.v.van het proces-verbaal), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als
verklaring van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:
proces-verbaal van bevindingen(als bijlage op
pagina 23 e.v.van het proces-verbaal), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [verbalisant 3] :
proces-verbaal van bevindingen(als bijlage op
pagina 31 e.v.van het proces-verbaal), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als
verklaring van [verbalisant 4]
proces-verbaal van bevindingen(als bijlage op
pagina 35 e.v.van het proces-verbaal), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als
verklaring van [verbalisant 3]:
proces-verbaal van verhoor verdachte(als bijlage op
pagina 62 e.v.van het proces-verbaal), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als
verklaring van [verdachte]:
proces-verbaal van bevindingen(als aparte bijlage met procesverbaalnummer PL0900-2022125549-8), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als
verklaring van [verbalisant 5]:
proces-verbaal van de terechtzitting van 26 september 2022 bij de rechtbank, voor zover inhoudende
de verklaring van [verdachte]:
proces-verbaal van de terechtzitting van 15 juli 2024 bij het gerechtshof, voor zover inhoudende
de verklaring van verdachte [verdachte]:
Overweging met betrekking tot het bewijs
feit 1het volgende.
voorzitterdeelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken van de zaak.
de verdachteals volgt:
eerste deelklachtwordt geklaagd dat “het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door te oordelen dat de in de tenlastelegging en bewezenverklaring aan [de verdachte] onder feit 1 verweten feitelijke gedraging(en), te weten “sorry zeggen anders gaat het pijn doen” en het op aangever ‘richten van een gasdrukgeweer’ (al dan niet in samenhang met elkaar beschouwd), bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling oplever(t)(en)”.
tweede deelklachtwordt geklaagd dat “het hof bij de bewezenverklaring van feit 1 blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en/of die bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed en/of onbegrijpelijk is”.
derde deelklachtwordt geklaagd dat “het gerechtshof de bewezenverklaring van feit 1 mede heeft doen berusten op de eigen waarneming zulks terwijl aan de daarvoor geldende vereisten niet is voldaan. Als gevolg daarvan is [de verdachte] in zijn verdediging geschaad en/of berust de bewezenverklaring (mede) op een niet-wettig bewijsmiddel en/of is die [bewezenverklaring] onbegrijpelijk en/of niet naar de eis der wet met redenen omkleed”.
3.Het tweede middel
Oplegging van straf en/of maatregel
eerste deelklachtwordt het volgende aangevoerd. De omstandigheid dat de door de verdachte bij de bewezen verklaarde bedreiging gebruikte luchtbuks heel sterk lijkt op een scherpschuttersgeweer heeft in stevige mate bijgedragen aan de ernst van de feiten. Die omstandigheid is echter gebaseerd op de eigen waarneming van het hof die niet door het hof ter zitting ter sprake is gebracht. Daarmee betreft het een gegeven dat op de zitting niet aan de orde is gekomen, zodat de motivering van de strafoplegging ontoereikend en/of onbegrijpelijk is.
tweede deelklachtwordt aangevoerd dat – anders dan het hof heeft overwogen – niet uit enig op de zitting in eerste aanleg of in hoger beroep aan de orde gekomen gegeven, blijkt dat de verdachte heeft verklaard geen verschil te zien in de ernst van het handelen van het slachtoffer en zijn eigen handelen. Evenmin blijkt dat de verdachte een verklaring heeft afgelegd die als zodanig kan worden verstaan.
derde deelklachtwordt aangevoerd dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 15 juli 2024 evenmin blijkt dat – anders dan het hof heeft overwogen – de verdachte op die zitting is voorgehouden dat de LOVS-oriëntatiepunten voor een bedreiging met een (nep)vuurwapen een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden tot uitgangspunt nemen.
4.Het derde middel
et oogmerk zodanig nadeel toebrengen’. Uit het strafdossier blijkt dat verdachte met het uiten van de bedreiging zowel de bedoeling had (het oogmerk) om benadeelde vrees aan te jagen als het oogmerk om benadeelde immateriële schade toe te brengen. Benadeelde gebruikte een gasdrukgeweer om zijn bedreiging kracht bij te zetten. Hierdoor had benadeelde de angst dat verdachte daadwerkelijk van plan was om zijn bedreiging uit te voeren.
Vordering van de [benadeelde]
NJ2019/379, m.nt. W.H. Vellinga [20] met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij onder meer het volgende overwogen (met weglating van voetnoten):