Conclusie
hierna: betrokkene,
hierna: de officier van justitie.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
De arts
Nu het CCE-rapport niet is betrokken in de stukken, vind ik dat gebrekkig, zeker gezien de wanhoop waarin hij verkeert. Uit het rapport blijkt dat de psychotische stoornis onderliggend is en dat de psychose wordt versterkt door drugsgebruik, dat betrokkene inzet als copingmechanisme omdat hij niet op de juiste plek zit. Het rapport is heel duidelijk in wat betrokkene nodig heeft en dat hij niet in deze setting thuishoort. Hij heeft een gestructureerde omgeving nodig. Het belangrijkste vind ik dat in het rapport de psychiatrische problematiek als onderliggend wordt aangewezen. U zegt dat het voorliggend is, maar dat betwist ik.Op de huidige afdeling wordt veel verantwoordelijkheid voor het gedrag van betrokkene bij hemzelf gelegd, maar hij kan dat niet. Dat staat ook in het CCE-rapport. Daarin staat ook waar hij thuishoort, hoe hij behandeld moet worden en wat hij nodig heeft. Als u dan zegt wij gaan met de geneesheer-directeur praten en kijken of hij meer vrijheden kan krijgen, dan klopt dat niet. Betrokkene moet een herdiagnose krijgen.
Ik vraag om het verzoek af te wijzen vanwege het gebrek in de medische verklaring. Als u het verzoek toch toewijst, dan verzoek ik dat dit voor een korte termijn gebeurt, met een vinger aan de pols. Ik zeg niet dat betrokkene geen zorg nodig heeft, maar het gaat erom of dit Wvggz of Wzd moet zijn. Hij heeft zorg nodig op de juiste plek.
Ik vraag om het verzoek af te wijzen vanwege het gebrek in de medische verklaring, omdat het CCE-rapport niet bij de beoordeling is betrokken. Als u het verzoek toch toewijst, dan verzoek ik om een toewijzing voor de duur van drie maanden, zodat er gelegenheid is voor een nieuwe beoordeling door een onafhankelijk psychiater die kennis kan nemen van het CCE-rapport.”
Standpunten ter zitting
3.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste klachthoudt in dat het bestreden oordeel is gebaseerd op een niet-actuele en dus gebrekkige medische verklaring, omdat niet is gebleken dat de gegevens van het CCE-rapport daarin zijn meegenomen door de onafhankelijk psychiater. Uit dit rapport blijkt dat de Wzd-gerelateerde problematiek van betrokkene bovenliggend is, aldus de klacht. Daarbij wordt aangevoerd dat de opmerking van de rechtbank dat het CCE-rapport niet in het geding is gebracht, onvoldoende is om voorbij te gaan aan de klemmende argumenten die zijn aangevoerd ten aanzien van de medische verklaring.
tweede klachtgeklaagd dat de rechtbank ook zelf geen nader onderzoek heeft gedaan in relatie tot het CCE-rapport alvorens tot het bestreden oordeel te komen.
derde klacht, voortbouwend op de voorgaande klachten en mede in verband met de behandeling van betrokkene door Parnassia, te worden geklaagd over strijd met artikel 5 lid Pro 1, aanhef en onder e, EVRM in verbinding met artikel 3 EVRM Pro en artikel 2 EVRM Pro. Daarbij wordt gewezen op mogelijk verkeerde vooronderstellingen – naar ik begrijp, ten aanzien van de voorliggende problematiek van betrokkene – waarvan de behandeling uitgaat. Ook wordt aangevoerd dat over euthanasie gesproken wordt vanwege de wijze waarop betrokkene behandeld wordt.
inhoudvan de medische verklaring. Uit artikel 5:8 lid 1 Wvggz Pro volgt dat uit de medische verklaring de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene moet blijken en of uit het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit, dit alles ten behoeve van de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging aan de rechter. Artikel 5:9 lid Pro 1, aanhef en onder a-c, Wvggz schrijft voor dat de psychiater in de medische verklaring in ieder geval zijn bevindingen vermeldt inzake de symptomen die betrokkene vertoont en een (voorlopige) diagnose van de psychische stoornis van betrokkene, de relatie tussen de stoornis en het gedrag dat tot het ernstig nadeel leidt en de zorg die noodzakelijk is om het ernstig nadeel weg te nemen.
bronnenwaarop de onafhankelijk psychiater zich kan baseren bij het opstellen van de medische verklaring. Op grond van artikel 5:9 lid 2 Wvggz Pro draagt de geneesheer-directeur ervoor zorg dat de psychiater zo mogelijk overleg pleegt met de zorgverantwoordelijke of de huisarts.
Verder verstrekt de geneesheer-directeur de onafhankelijk psychiater een eventuele zelfbindingsverklaring, gegevens over voor de betrokkene eerder afgegeven machtigingen en relevante politie- en justitiële gegevens over de betrokkene (art. 5:10 Wvggz Pro in verbinding met art. 5:4 lid Pro 1, onder b en c Wvggz).
eerste klachtwordt geklaagd dat het oordeel van de rechtbank is gebaseerd op een niet-actuele en dus gebrekkige medische verklaring.
tweede klachtgeklaagd dat de rechtbank ook zelf geen nader onderzoek heeft gedaan in relatie tot het CCE-rapport alvorens tot het bestreden oordeel te komen.
d. Wat is de beleving en duiding vanuit de voor de continuïteit van zorg relevante familie en/of naasten en/of vertegenwoordiger (indien van toepassing)?
derde klachtlijkt, voortbouwend op de voorgaande klachten, te worden geklaagd over strijd met artikel 5 lid Pro 1, aanhef en onder e, EVRM in verbinding met artikel 3 EVRM Pro en artikel 2 EVRM Pro. Voor zover de klacht voortbouwt op de voorgaande klachten, faalt de klacht reeds, nu de voorgaande klachten niet slagen. Voor zover in deze klacht het oordeel van de rechtbank wordt aangevallen in verband met de behandeling van betrokkene door Parnassia op basis van eventuele verkeerde vooronderstellingen ten aanzien van de voorliggende problematiek van betrokkene, kan deze klacht evenmin slagen. Gelet op het voorgaande is van dergelijke verkeerde vooronderstellingen immers niet gebleken. De klacht mist in zoverre dus feitelijke grondslag.