Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
3.Het uitleveringsverzoek
BEVEL TOT HET VERRICHTEN VAN EEN ONDERZOEK
4.Het procesverloop
De regiezitting van 12 juni 2025
Overige onderdelen feit 1
in of omstreeks de periode van 12 december 2020 tot en met 18 december 2020, een hoeveelheid (minimaal) 20 blokken/kilogram, cocaïne:in deze chat is verdachte duidelijk aan het coördineren dat een partij van 20 kg wordt uitgehaald aan kade [...] in Antwerpen. We kunnen er vanuit gaan dat het / om cocaïne gaat, gelet op deze chat, de andere chats en de geldbedragen die worden genoemd. Het schip met deze partij is, blijkens een door verdachte verstuurde foto op 12 december 2020 vertrokken en op 17 december 2020 aangekomen in Antwerpen (“
It arrived yesterday”). Verdachte heeft ook wetenschap dat de partij de haven niet zal verlaten naar een depot. Verdachte is duidelijk bij de invoer betrokken geweest. Invoer van cocaïne wettig en overtuigend te bewijzen.
weten:
inclusiefdie voorwaarde en het aangehechte Nederlandse vonnis tegen de opgeëiste persoon.”
deelsontoelaatbaar kunnen verklaren waardoor de vervolging in Montenegro voor feiten waar het risico van dubbele vervolging zou bestaan, niet mogelijk is. Ik licht dit nader toe.
12 december 2020is vertrokken en op
17 december 2020is aangekomen in Antwerpen. Dit is gelet op de data een andere lading dan de cocaïne die in de Montenegrijnse zaak per schip in Antwerpen is aangekomen op
14 december 2020. Geen ne bis in idem.
T.a.v. de ne bis in idem
5.De beslissing van de rechtbank
3.5 Ne bis in idem
6.Het juridisch kader
res judicata.
ultra vires.”
(A) De juridische aard van de feiten. Als de tenlastegelegde feiten niet onder dezelfde delictsomschrijving vallen, kan de mate van verschil tussen de strafbare feiten van belang zijn, in het bijzonder wat betreft (i) de rechtsgoederen ter bescherming waarvan de onderscheiden delictsomschrijvingen strekken, en (ii) de strafmaxima die op de onderscheiden feiten zijn gesteld, in welke strafmaxima onder meer tot uitdrukking komt de aard van het verwijt en de kwalificatie als misdrijf dan wel overtreding.
(B) De gedraging van de verdachte. Als de tenlasteleggingen niet dezelfde gedraging beschrijven, kan de mate van verschil tussen de gedragingen van belang zijn, zowel wat betreft de aard en de kennelijke strekking van de gedragingen als wat betreft de tijd waarop, de plaats waar en de omstandigheden waaronder zij zijn verricht.
Uit de bewoordingen van het begrip ‘hetzelfde feit’ vloeit al voort dat de beantwoording van de vraag wat daaronder moet worden verstaan, mede wordt bepaald door de omstandigheden van het geval. Vuistregel is echter dat een aanzienlijk verschil in de juridische aard van de feiten en/of in de gedragingen tot de slotsom kan leiden dat geen sprake is van ‘hetzelfde feit’ in de zin van artikel 68 Sr Pro. (Vgl. HR 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM9102.)”