ECLI:NL:RBALM:2006:AX7707
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontbinding arbeidsovereenkomst
Eiser was sinds 1979 in dienst bij zijn werkgever en werd in 1989 statutair directeur. Na een verstoorde arbeidsrelatie vroeg eiser ontbinding van de arbeidsovereenkomst, welke door de rechtbank op 7 april 2004 werd toegewezen zonder ontbindingsvergoeding vanwege verwijtbaarheid van eiser. Verweerder weigerde daarop de WW-uitkering omdat eiser verwijtbaar werkloos was geworden.
Eiser voerde aan dat zijn werkloosheid niet verwijtbaar was vanwege medische redenen, waaronder een burn-out en psychische klachten, en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door het oordeel van de bedrijfsarts en verzekeringsarts te volgen. Diverse deskundigenrapporten werden overgelegd ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de richtlijnen voor ontslag op medische gronden had toegepast en dat geen sprake was van een acute medische noodzaak voor ontbinding. De verstoorde arbeidsrelatie lag vrijwel geheel in de risicosfeer van eiser. Verweerder had voldoende onderzoek verricht en mocht uitgaan van de feiten vastgesteld in de ontbindingsprocedure. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WW-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering gehandhaafd wegens verwijtbare werkloosheid.