ECLI:NL:CRVB:2000:AE8611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Ch. van Voorst
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt korting WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid bij ontslag op medische gronden
Appellante was sinds 1991 werkzaam in de huishoudelijke dienst en meldde zich in maart 1997 ziek. Na herstelverklaring door een Arbo-arts nam zij ontslag vanwege een langdurig arbeidsconflict, met medisch advies dat beëindiging van de arbeidsrelatie noodzakelijk was voor haar gezondheid. De uitkeringsinstantie paste een korting van 35% toe op haar WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.
De Raad beoordeelde of het ontslag op medische gronden een acute medische noodzaak vereiste om niet als verwijtbare werkloosheid te gelden. De verzekeringsarts stelde dat geen acute noodzaak bestond, maar erkende het arbeidsconflict als reden dat terugkeer niet mogelijk was. De Raad oordeelde dat het ontslag niet verwijtbaar was omdat voortzetting van de dienstbetrekking redelijkerwijs niet van appellante kon worden gevergd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de niet-betaalde WW-uitkering en tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt dat bij ontslag op medische gronden de concrete omstandigheden bepalend zijn voor verwijtbaarheid.
Uitkomst: De korting op de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd omdat het ontslag op medische gronden niet verwijtbaar was.