ECLI:NL:RBALM:2009:BJ9333
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Erven niet-ontvankelijk in schadevordering wegens asbestblootstelling door faillissement rechtsopvolgster
De werknemer is tussen 1962 en 1969 blootgesteld aan asbest bij Koninklijke Twentse Stoomblekerij (KTS) en kreeg in 2005 de diagnose mesothelioom. Na zijn overlijden in 2006 vorderen zijn erven schadevergoeding van Permess B.V., die zij als rechtsopvolgster van KTS beschouwen.
De rechtbank oordeelt dat door het faillissement van een tussenliggende rechtsopvolgster in 1980 en de daaropvolgende opheffing van het faillissement in 1982, Permess niet als rechtsopvolgster kan worden aangemerkt. Hierdoor zijn de erven niet-ontvankelijk in hun vordering.
Daarnaast overweegt de rechtbank subsidiair dat het beroep van Permess op verjaring van de vordering niet onaanvaardbaar is, mede vanwege het lange tijdsverloop, het faillissement en de onduidelijkheid over de veroorzaker van de blootstelling. De vordering wordt afgewezen en de erven worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De erven worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tegen Permess wegens het ontbreken van rechtsopvolging en subsidiair wegens verjaring.