ECLI:NL:RBAMS:2002:AE8102
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Privacybescherming van medische gegevens bij premiedifferentiatie WAO
In deze bestuursrechtelijke procedure staat de vraag centraal of en in hoeverre een werkgever inzage mag krijgen in medische gegevens van werknemers in het kader van de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over het jaar 2000. De rechtbank overweegt dat het belang van de werknemer bij bescherming van zijn privacy zwaarder weegt dan het belang van de werkgever bij kennisneming van medische stukken, tenzij uitzonderingen zich voordoen.
De rechtbank onderscheidt uitkeringen die zijn ingegaan vóór en na 1 januari 1998, waarbij voor de eerste categorie het bezwaar tegen de premiedifferentiatie niet kan worden gebaseerd op de juistheid van de onderliggende uitkeringen vanwege strijd met het EVRM. Verweerder moet alle relevante stukken inzenden, met een voorlopige tweedeling tussen medische en niet-medische stukken, waarbij medische gegevens zonder toestemming van de werknemer alleen toegankelijk zijn voor een gemachtigde arts of advocaat.
De rechtbank geeft een gedetailleerde opsomming van welke stukken als medisch respectievelijk niet-medisch gelden en benadrukt dat medische gegevens die herleidbaar zijn tot diagnose, behandeling of aard van de aandoening niet zonder toestemming aan de werkgever mogen worden verstrekt. Na indiening van de stukken zal de rechtbank de betrokken werknemers om toestemming vragen en bepalen welke stukken voor de gemachtigde toegankelijk zijn.
Uitkomst: De rechtbank beveelt verweerder de medische en niet-medische stukken gescheiden in te dienen en beschermt het privacybelang van werknemers door inzage zonder toestemming te beperken.