ECLI:NL:RBAMS:2005:AU1626
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluiten WAO wegens strijd met redelijke termijn EVRM
Eiser ontving een WAO-uitkering die door verweerder met terugwerkende kracht werd verlaagd vanwege inkomsten uit arbeid. Verweerder vorderde vervolgens een deel van de te veel betaalde uitkering terug. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat de terugvordering onterecht en te laat was.
De rechtbank oordeelde dat de verlaging van de uitkering op grond van artikel 44 WAO Pro terecht was, evenals de terugvordering op grond van artikel 57 WAO Pro. De bezwaren van eiser tegen de terugvordering werden niet gegrond verklaard, mede omdat de zogenaamde zes-maanden jurisprudentie niet meer van toepassing is sinds de wetswijziging in 1996.
Wel stelde de rechtbank vast dat de behandeling van de bezwaarschriften onredelijk lang heeft geduurd, waardoor de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro werd overschreden. Dit leidde tot vernietiging van de bestreden besluiten wegens strijd met het EVRM, terwijl de rechtsgevolgen van de besluiten in stand bleven.
De rechtbank kende een symbolische vergoeding van € 1,00 toe voor immateriële schade wegens de lange procedureduur en vergoedde het door eiser betaalde griffierecht. Materiële schade werd niet aannemelijk gemaakt. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de terugvorderingsbesluiten wegens overschrijding van de redelijke termijn EVRM en kent een symbolische schadevergoeding toe.