ECLI:NL:RBAMS:2006:AV1664
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging bij DNA-profielbepaling minderjarige veroordeelde
De rechtbank Amsterdam behandelde het bezwaar van een minderjarige veroordeelde tegen het bevel tot afname en verwerking van zijn DNA-profiel. De minderjarige was veroordeeld voor een ernstig strafbaar feit en had bezwaar gemaakt tegen het bevel, mede omdat zijn ouders en raadsman niet geïnformeerd waren over het bevel. De rechtbank oordeelde dat het bevel ook aan ouders en raadsman moet worden betekend, maar dat het achterwege blijven hiervan niet leidt tot nietigheid van het bevel, waardoor het bezwaar ondanks termijnoverschrijding ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank stelde vast dat de officier van justitie verplicht is een belangenafweging te maken bij minderjarigen, waarbij het belang van de minderjarige voorop staat, maar dat in deze zaak het algemeen belang bij opsporing en vervolging zwaarder woog. De veroordeelde was jong ten tijde van het misdrijf, maar had een zorgelijke recidivegeschiedenis en was betrokken bij ernstige strafbare feiten.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar ongegrond is en bevestigde het bevel tot DNA-afname. Tevens benadrukte de rechtbank het belang van een zorgvuldige motivering van de officier van justitie bij het geven van een bevel tot DNA-afname bij minderjarigen, mede in het licht van internationale verdragen zoals het IVRK.
Uitkomst: Het bezwaarschrift van de minderjarige veroordeelde tegen DNA-profielbepaling wordt ongegrond verklaard.