ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ1408
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Italië ondanks verweren ontvankelijkheid en termijnoverschrijding
De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 september 2006 de vordering van de officier van justitie tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Italië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon wordt verdacht van betrokkenheid bij de handel in cocaïne, met feiten gepleegd in België en Italië.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder dat uitlevering zonder verdrag in strijd zou zijn met de Grondwet, dat de termijn voor behandeling van het EAB was overschreden, en dat de opgeëiste persoon onvoldoende was geïnformeerd over de procedure in Italië. De rechtbank verwierp deze verweren, onder meer omdat de termijnoverschrijding geen sanctie kent en de verdedigingsrechten adequaat waren gewaarborgd.
Verder werd het verweer van mogelijke schending van het soevereiniteitsbeginsel door Nederlandse telefoon-taps en het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro (verbod op onmenselijke behandeling) besproken. De rechtbank vond geen concrete aanwijzingen voor onrechtmatigheid of reëel risico op mishandeling.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering was voldaan en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Italië toe voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van acht jaar.