ECLI:NL:RBAMS:2007:BB1952
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid effectenleaseovereenkomst wegens schending zorgplicht en aansprakelijkheid Dexia
Eiser sloot in november 2000 een effectenleaseovereenkomst met Labouchere, rechtsvoorganger van Dexia, waarbij hij aandelen leaset met een looptijd van 240 maanden. Eiser, zonder beleggingservaring en met een laag inkomen, werd door een tussenpersoon (Afab) geadviseerd en misleid over de risico's en financiële gevolgen van de overeenkomst.
Eiser vorderde nietigheid van de overeenkomst op grond van de Wet op het consumentenkrediet (WCK), dwaling en onrechtmatige daad. Dexia betwistte aansprakelijkheid en stelde dat de WCK niet van toepassing was. De kantonrechter kwalificeerde de leaseovereenkomst als huurkoop en oordeelde dat Dexia aansprakelijk is voor de gedragingen van Afab. De zorgplicht van Dexia was geschonden doordat onvoldoende is gewaarschuwd voor de risico's en onvoldoende onderzoek is gedaan naar de financiële positie van eiser.
De rechtbank verwierp het beroep op dwaling omdat eiser de overeenkomst had kunnen en moeten begrijpen. De schadeverdeling werd vastgesteld aan de hand van een categoraal model, waarbij Dexia 85% van het nadeel draagt gezien de persoonlijke omstandigheden van eiser. Dexia werd veroordeeld tot betaling van € 4.309,88 plus wettelijke rente en tot verwijdering van de BKR-registratie. De vordering van Dexia tot betaling van het restantbedrag werd afgewezen.
Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot betaling van € 4.309,88 plus rente en verwijdering van de BKR-registratie; vordering Dexia wordt afgewezen.