ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2155
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. Bauduin
- G.H. Marcus
- E.D. Bonga-Sigmond
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bedrijfsmatig bemiddelen in op termijn opvorderbare gelden en effecten zonder vergunning
De rechtbank Amsterdam heeft op 17 april 2008 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bedrijfsmatig aantrekken van al dan niet op termijn opvorderbare gelden van het publiek en het zonder vergunning aanbieden van effecten. Verdachte zou in de periode van november 2000 tot oktober 2004 via verschillende ondernemingen, waaronder Caribbean Comfort B.V., Rentemaxx en Depositomaxx, beleggers hebben benaderd en bemiddeld bij investeringen in obligatieproducten en aandelen.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van bedrijfsmatig handelen, waarbij gelden werden aangetrokken van het publiek en dat geen sprake was van een besloten kring. Verdachte had geen vergunning om effectenbemiddelaar te zijn en handelde daarmee in strijd met de Wet toezicht effectenverkeer 1995. Diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen, proces-verbalen en documenten zoals inschrijfformulieren en bankafschriften, ondersteunden de bewezenverklaring.
Hoewel verdachte niet ter terechtzitting verscheen, werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank hield rekening met een overschrijding van de redelijke termijn en de ernst van de feiten, waarbij de straf lager werd vastgesteld dan de eis van de officier van justitie. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen wegens de complexiteit van hun claims, die zij civielrechtelijk moeten afhandelen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.