Conclusie
Feitelijk leidinggeven aan de gedragingen van de verkopers
Ten aanzien van de feiten 1 en 4
"Feit 1
Verhullingshandelingen
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens feitelijk leidinggeven aan oplichting, verduistering, gewoontewitwassen en overtreding van de Wet op het financieel toezicht. De fraude betrof beleggers die werden misleid over het bereiken van het Break Even Point van een toeristenoordproject in de Dominicaanse Republiek, waardoor zij hun geld verloren.
De Hoge Raad behandelde diverse cassatiemiddelen, waaronder de kwalificatie van gewoontewitwassen, het feitelijk leidinggeven, en de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf. De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht had geoordeeld dat verdachte leiding gaf aan de rechtspersonen die de oplichting pleegden, ook al waren de verkopers niet als medeplegers aangemerkt.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof voldoende had gemotiveerd dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan witwassen door verduisterde gelden aan te wenden voor privéaankopen en investeringen. De Hoge Raad verwierp het verweer dat de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf onrechtmatig was omdat de straf nog niet onherroepelijk was toen nieuwe feiten werden gepleegd.
De cassatie werd afgewezen, met een vermindering van de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. De bewezenverklaring werd op enkele punten verbeterd zonder afbreuk te doen aan de ernst van het geheel.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf voor feitelijk leidinggeven aan oplichting, verduistering en gewoontewitwassen; tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf is bevestigd.