ECLI:NL:RBAMS:2009:BI4254
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.H. Vink
- J.M. Van Hall
- M.M. Korsten - Krijnen
- Rechtspraak.nl
Curator vordert terugbetaling uit oplichting verkregen voordeel wegens ongerechtvaardigde verrijking
De curator van het faillissement van [A] vordert terugbetaling van het verschil tussen de door gedaagde aan [A] geleende bedragen (€494.000) en de door [A] aan gedaagde betaalde uitbetalingen (€620.000), een bedrag van €126.000, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering steunt op nietigheid van de rechtshandelingen wegens strijd met de Wet toezicht kredietwezen en effectenverkeer, schuldheling, strijd met de goede zeden en ongerechtvaardigde verrijking.
De rechtbank oordeelt dat de wetgeving omtrent toezicht niet leidt tot nietigheid van de rechtshandelingen en dat schuldheling als grond voor nietigheid niet slaagt. Ook is niet vastgesteld dat gedaagde wetenschap had van de onzedelijke bedoeling van [A]. Hoewel het rentepercentage van 10% per maand hoog is, leidt dit niet tot nietigheid wegens strijd met de goede zeden. De curator kan wel namens de gezamenlijke schuldeisers een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking instellen.
De rechtbank stelt dat indien de uitbetalingen niet afkomstig zijn van werkelijk behaalde beleggingsrendementen, gedaagde ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van de gezamenlijke schuldeisers. De curator krijgt de gelegenheid bewijs te leveren dat vóór 2003 geen beleggingen plaatsvonden en dat de uitbetalingen uit andere gelden kwamen. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en verdere beslissing.
Uitkomst: De curator is ontvankelijk in zijn vordering uit ongerechtvaardigde verrijking en krijgt gelegenheid bewijs te leveren; verdere beslissing wordt aangehouden.