ECLI:NL:RBAMS:2009:BI9033
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing huurprijsverhoging en ontbinding huurovereenkomst wegens onvoorziene omstandigheden
De zaak betreft een huurovereenkomst uit 1989 waarbij de vader van eiseres een woning verhuurde aan gedaagde voor een vaste lage huurprijs van NLG 250,- per maand, met een beding dat deze huurprijs niet verhoogd kon worden, ook niet door rechtsopvolgers. Na het overlijden van de vader in 2000 vorderden de erfgenamen een substantiële huurverhoging, stellende dat onvoorziene omstandigheden en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een wijziging rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de huurovereenkomst bewust en juridisch goed onderbouwd is aangegaan, met kennis van de gevolgen, waaronder de lage huurprijs en het kettingbeding. Het leeftijdsverschil tussen partijen en de geldontwaarding waren destijds voorzien, waardoor geen sprake is van onvoorziene omstandigheden in de zin van art. 6:258 BW Pro. De aangehaalde EHRM-uitspraak is niet van toepassing op deze specifieke situatie.
Ook het beroep op nietigheid wegens strijd met de Algemene Bijstandswet wordt verworpen, omdat onvoldoende is gesteld dat de overeenkomst in strijd is met openbare orde of goede zeden. De vorderingen tot ontbinding en huurverhoging worden daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en huurprijsverhoging worden afgewezen.