ECLI:NL:RBAMS:2009:BK3770
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen huisverbod wegens dreiging huiselijk geweld
Eiser kreeg op 21 maart 2009 een huisverbod en contactverbod opgelegd door de burgemeester van Amsterdam vanwege een ernstige en onmiddellijke dreiging van huiselijk geweld jegens de belanghebbende, met wie hij een verstoorde relatie had. Eiser stelde dat het huisverbod onterecht was, dat er geen acute geweldssituatie was en dat het huisverbod aan de verkeerde persoon was opgelegd. Hij voerde ook noodweer aan.
De rechtbank oordeelde dat het huisverbod op grond van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) terecht was opgelegd, omdat uit feiten en omstandigheden, waaronder een aangifte van mishandeling en een melding van huiselijk geweld, een ernstig vermoeden van gevaar voor de veiligheid bestond. De rechtbank benadrukte dat een huisverbod niet vereist dat een strafbaar feit reeds heeft plaatsgevonden, maar dat een vermoeden van gevaar voldoende is.
Verder vond de rechtbank dat het beroep ontvankelijk was omdat eiser procesbelang had, gezien de gevolgen van het huisverbod voor zijn werk bij het Joegoslavië-Tribunaal. De rechtbank verwierp het verweer van noodweer en vond dat het huisverbod passend was om verdere escalatie te voorkomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het huisverbod aan eiser bevestigd.