ECLI:NL:RBAMS:2010:BP7638
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek inschrijving Duitse zorgverzekering op grond van ABP-nabestaandenpensioen
Eiseres, weduwe van een militair en woonachtig in Duitsland, verzocht om inschrijving bij de Duitse Krankenkasse ten laste van Nederland op grond van het ABP-nabestaandenpensioen. Verweerder wees dit verzoek af omdat het pensioen niet krachtens een wettelijke regeling in de zin van Verordening 1408/71 werd verstrekt. De rechtbank bevestigt dat contractuele bepalingen, zoals het ABP-pensioenreglement, niet onder de term 'wettelijke regeling' vallen, ook niet indien de nationale wetgever deelname wettelijk heeft voorgeschreven.
Eiseres voerde aan dat het pensioen gelijkgesteld moet worden met pensioenen krachtens wettelijke regelingen op grond van Bijlage VI, onderdeel R, onder f, van de Verordening. De rechtbank oordeelt dat deze bepaling niet van toepassing is op uitkeringen aan nagelaten betrekkingen zoals het ABP-nabestaandenpensioen. Tevens is geen sprake van ontneming van eigendom in de zin van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, aangezien het pensioen een zelfstandig recht van eiseres betreft en het overlijden van haar echtgenoot een ander juridisch regime tot gevolg heeft.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten of griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om inschrijving bij de Duitse Krankenkasse wordt ongegrond verklaard.