ECLI:NL:RBAMS:2010:BP7654
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Bongers-Scheijde
- Rechtspraak.nl
Geen gezamenlijke huishouding bij delen woning zonder wederzijdse zorg
Eiser vroeg bijstand aan op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB), maar dit werd afgewezen omdat verweerder meende dat eiser een gezamenlijke huishouding voert met de hoofdbewoner van de woning. De rechtbank heeft onderzocht of aan de wettelijke criteria voor gezamenlijke huishouding is voldaan, namelijk het delen van een hoofdverblijf en het blijk geven van wederzijdse zorg.
Uit het onderzoek blijkt dat eiser en betrokkene weliswaar samen in één woning verblijven en sommige huishoudelijke taken delen, maar dat er geen sprake is van wederzijdse zorg. Er is geen financiële verstrengeling, geen gezamenlijke bankrekeningen of bezittingen, en geen regelingen bij overlijden. Eiser draagt een bijdrage aan de hoofdbewoner, maar dit is opgeschort vanwege zijn financiële situatie. Ook incidentele verzorging van huisdieren en sporadisch samen boodschappen doen zijn onvoldoende om van wederzijdse zorg te spreken.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat alleen objectieve criteria relevant zijn en dat subjectieve motieven niet meewegen. Gezien de feiten concludeert de rechtbank dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is van een gezamenlijke huishouding. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens het ontbreken van een gezamenlijke huishouding.