ECLI:NL:CRVB:2012:BY3165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding bij aanvraag bijstand Wet werk en bijstand
Betrokkene vroeg bijstand aan als alleenstaande en gaf aan inwonend te zijn bij een ander persoon op hetzelfde adres. De gemeente stelde een onderzoek in vanwege meerdere ingeschreven personen op dat adres en wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat onvoldoende was vastgesteld dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, met name vanwege het ontbreken van wederzijdse zorg. Het college ging in hoger beroep en stelde dat de verklaring van betrokkene tijdens een huisbezoek voldoende was om van een gezamenlijke huishouding te spreken.
De Raad oordeelde dat hoewel betrokkene en de ander samenwoonden, er geen financiële verstrengeling of voldoende zorg was die verder ging dan het delen van woonlasten. Activiteiten zoals samen boodschappen doen en zorg voor huisdieren waren onvoldoende om te spreken van wederzijdse zorg.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens het ontbreken van wederzijdse zorg en daarmee gezamenlijke huishouding.