ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4436
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering Anw- en AOW-uitkering wegens verzwijging gezamenlijke huishouding en woonplaatsverlegging
Eiser ontving een Anw-uitkering en later een AOW-uitkering. Verweerder trok de Anw-uitkering met terugwerkende kracht in en vorderde deze terug vanwege het verzwijgen van een gezamenlijke huishouding met een nieuwe partner sinds mei 2005. Tevens werd de AOW-uitkering herzien en teruggevorderd wegens niet-verzekerde jaren door het verleggen van zijn woonplaats naar Duitsland.
Eiser voerde aan dat hem geen verwijt viel en dat hij informatiebrochures niet had ontvangen, maar de rechtbank oordeelde dat eiser zijn informatieplicht had geschonden. Het arrest van de Hoge Raad over het begrip ingezetenschap leidde niet tot vernietiging van het besluit. De rechtbank concludeerde dat eiser sinds mei 2005 zijn duurzame woonplaats buiten Nederland had en dat het feit dat hij nog enkele banden met Nederland had, niet anders maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking van de Anw-uitkering ongegrond en oordeelde dat de herziening van de AOW-uitkering terecht was. Het beroep tegen de AOW-herziening werd gegrond verklaard wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de intrekking van de Anw-uitkering ongegrond en het beroep tegen de AOW-herziening gegrond wegens ondeugdelijke motivering, maar laat de rechtsgevolgen in stand.