ECLI:NL:RBAMS:2012:BV1112
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte drugshandel en criminele organisatie Spanje
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een verdachte aan Spanje op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen. De verdachte werd ervan verdacht een belangrijke rol te hebben gespeeld bij het transport en de ontvangst van hasj vanuit Marokko naar Spanje en Nederland.
De verdediging voerde diverse verweren aan, waaronder onduidelijkheid over de feiten, schending van de Spaanse rechtsorde, en mogelijke schendingen van fundamentele rechten zoals artikel 3 en Pro 6 EVRM vanwege de detentieomstandigheden en de lengte van de procedures in Spanje. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat de beschrijving van de feiten voldoende concreet is en dat de beoordeling van bewijs aan de Spaanse rechter toekomt.
De rechtbank oordeelde dat het vertrouwensbeginsel tussen EU-lidstaten geldt en dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor een reëel risico op schending van fundamentele rechten. Ook de proportionaliteit van het EAB werd bevestigd. De rechtbank stelde vast dat de overlevering aan Spanje gerechtvaardigd is en dat de verdachte, als Nederlander, de garantie heeft dat een eventuele gevangenisstraf in Nederland kan worden uitgezeten.
Daarmee werd de overlevering toegestaan en werd afgezien van de weigeringsgrond dat de feiten deels in Nederland zijn gepleegd. De uitspraak is onherroepelijk en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Spanje toe ondanks de aangevoerde verweren.