ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2016
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H. van Benthem
- C.W. Inden
- P. Rodenburg
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering wegens tenuitvoerlegging vrijheidsstraf na afwijzing opschortingsverzoek
De Rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Arrondissementsrechtbank te Warschau. De opgeëiste persoon, een Poolse staatsburger, wordt verdacht van diefstal en moet een resterende vrijheidsstraf van bijna twaalf maanden ondergaan.
De verdediging verzocht om aanhouding van de behandeling van het EAB in afwachting van een procedure tot opschorting van de straf in Polen. De rechtbank oordeelde dat dit verzoek onvoldoende was onderbouwd, omdat geen bewijs was geleverd dat de Poolse rechtbank het verzoek daadwerkelijk in behandeling had genomen. Ook persoonlijke omstandigheden, zoals het huwelijk en de zwangerschap van de echtgenote, werden niet als grond voor opschorting of weigering van overlevering erkend.
De rechtbank stelde vast dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet, met name dat de opgeëiste persoon na overlevering het vonnis persoonlijk zal ontvangen en geïnformeerd zal worden over rechtsmiddelen. De strafbare feiten zijn zowel in Polen als Nederland strafbaar en de vrijheidsstraf voldoet aan de vereiste minimumduur.
De rechtbank wees het verzoek tot opschorting af en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.