ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ0832
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.J. Koene
- W.H. van Benthem
- B. Poelert
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor valsheid in geschrift en fraude
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een persoon aan Hongarije op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Cegléd City Court. De verdachte wordt verdacht van drie strafbare feiten, waaronder valsheid in geschrift en fraude, gepleegd tussen 19 en 30 maart 2010. De rechtbank onderzocht de identiteit van de verdachte en de inhoud van het EAB, waarbij ook een signalering uit het Schengen Informatiesysteem (SIS) werd betrokken.
De verdediging voerde aan dat het EAB onvoldoende feitelijke beschrijving bevatte, met name omtrent de plaats van de feiten en de rol van de verdachte. De rechtbank oordeelde echter dat de combinatie van het EAB en de SIS-gegevens voldoende duidelijkheid verschaffen over de plaats (Hongarije) en de betrokkenheid van de verdachte. Tevens werd vastgesteld dat de strafbare feiten zowel onder het Hongaarse als het Nederlandse recht strafbaar zijn, waarbij voor twee feiten het vereiste van dubbele strafbaarheid niet geldt.
De verdediging stelde ook dat de overlevering onevenredig bezwarend zou zijn vanwege de zorgplicht van de verdachte in Nederland en de aard van de feiten als bagateldelicten. De rechtbank verwierp dit verweer, stellende dat de strafmaxima en de schade aan het slachtoffer substantieel zijn en dat de overlevering niet bedoeld is voor getuigenverhoor. De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en stond de overlevering toe.
De uitspraak werd gedaan door mr. N.J. Koene, mrs. W.H. van Benthem en B. Poelert op 11 december 2012. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Hongarije toe op basis van het Europees aanhoudingsbevel.