ECLI:NL:RBAMS:2012:BW9855
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatie luchtvaartvertraging volgens EU Verordening 261/2004 bevestigd
De passagiers boekten een vlucht van Amsterdam naar Londen met aansluitende vlucht naar Mauritius, waarbij zij door vertraging van de eerste vlucht hun aansluiting misten en uiteindelijk met ongeveer acht uur vertraging aankwamen op hun eindbestemming. Zij vorderden compensatie op grond van artikel 7 van Pro Verordening (EG) nr. 261/2004.
De vervoerder betwistte de aanspraak op compensatie, stellende dat de vertraging op de eerste vlucht minder dan drie uur bedroeg en dat de passagiers niet voldeden aan de voorwaarden van artikel 6 van Pro de Verordening. Tevens verzocht de vervoerder om aanhouding van de procedure in afwachting van een uitspraak van het Hof van Justitie.
De kantonrechter oordeelde dat het recht op compensatie volgens artikel 7 van Pro de Verordening autonoom is en niet afhankelijk van de vereisten van artikel 6. De vertraging moet worden beoordeeld op basis van de aankomsttijd op de eindbestemming, waarbij een vertraging van meer dan drie uur recht geeft op compensatie. De vordering van de passagiers werd toegewezen, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, terwijl de proceskosten aan de vervoerder werden opgelegd.
Uitkomst: British Airways is veroordeeld tot betaling van compensatie en incassokosten wegens vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming.