ECLI:NL:RBAMS:2011:BR6267
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatievordering wegens vertraging vlucht New York - Amsterdam afgewezen beroep buitengewone omstandigheden
Eiser sloot een vervoersovereenkomst met KLM voor een vlucht van New York naar Amsterdam die met meer dan acht uur vertraging aankwam. Eiser vorderde compensatie conform Verordening (EG) nr. 261/2004, gebaseerd op het Sturgeon-arrest van het HvJ EU, dat compensatie bij vertraging mogelijk acht.
KLM voerde verweer met onder meer het betoog dat het Sturgeon-arrest niet adequaat is en dat er sprake was van buitengewone omstandigheden, zoals extreem winterweer en een technisch mankement, waardoor geen compensatie verschuldigd zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het Sturgeon-arrest als geldend recht geldt en dat KLM onvoldoende bewijs leverde voor haar beroep op buitengewone omstandigheden.
De rechtbank overwoog dat de weersomstandigheden niet zodanig ernstig waren dat de vlucht niet had kunnen vertrekken en dat het technische mankement niet voldeed aan het criterium van buitengewone omstandigheden. Daarom werd de vordering van eiser toegewezen en KLM veroordeeld tot betaling van compensatie en proceskosten.
Uitkomst: KLM wordt veroordeeld tot betaling van compensatie wegens vluchtvertraging en proceskosten.