ECLI:NL:RBAMS:2012:BX2141
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H. Rombouts
- A.M.I. van der Does
- I.W. Neleman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gezamenlijke huishouding en herziening bijstandsuitkering vanaf juli 2003
Eiser ontving bijstand als alleenstaande, maar verweerder stelde op grond van onderzoek vast dat eiser sinds 2003 een gezamenlijke huishouding voerde met zijn ex-echtgenote mevrouw A. Verweerder herzag de bijstand en vorderde een bedrag van ruim €101.000 terug.
Tijdens een huisbezoek verklaarde eiser in 2010 dat hij sinds 2003 regelmatig verbleef op het adres van mevrouw A, een verklaring die hij later introk met het argument dat hij destijds onder invloed was. De rechtbank achtte de oorspronkelijke verklaring echter betrouwbaar en voldoende onderbouwd.
Getuigenverklaringen en onderzoek bevestigden dat eiser vanaf 3 juli 2003 zijn hoofdverblijf had op het adres van mevrouw A. Hoewel eiser een eigen woning had en daar stond ingeschreven, deed dit niet af aan het feit van gezamenlijke huishouding.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor wat betreft de exacte aanvangsdatum van de gezamenlijke huishouding en bepaalde dat deze vanaf 3 juli 2003 gold. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze datum. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser vanaf 3 juli 2003 een gezamenlijke huishouding voerde en vernietigt het besluit over de aanvangsdatum, met opdracht tot nieuw besluit.