Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. N. Voorhuis en van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. M. Mulder, naar voren heeft gebracht.
- [medeverdachte 1] (hierna te noemen: [medeverdachte 1]), parketnummer 13/708049-11;
- [medeverdachte 2] (hierna te noemen: [medeverdachte 2]), parketnummer 13/708050-11;
- [medeverdachte 3] (hierna te noemen: [medeverdachte 3]), parketnummer 13/693016-11;
- [medeverdachte 4] (hierna te noemen: [medeverdachte 4]), parketnummer 13/730002-13;
- [medeverdachte 5] (hierna te noemen: [medeverdachte 5]), parketnummer 13/730001-13.
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Verloop van het onderzoek
5.Verweren strekkende tot bewijsuitsluiting
6.Waardering bewijs
Tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris verklaart [slachtoffer 4] dat ze bang is geworden door de verhalen van [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] had verteld dat ze ([slachtoffer 4]) mishandeld zou worden als ze naar huis zou gaan. [slachtoffer 4] heeft in Hongarije bij de notaris verklaard dat [slachtoffer 1] haar verbaal bedreigd heeft en dat ze bang van haar is geworden. Geconfronteerd met deze verklaring tijdens het verhoor door de rechter-commissaris verklaart ze dat de bedreiging waarschijnlijk een bedreiging van die mensen zou zijn omdat [slachtoffer 1] zo veel slechte dingen over die mensen had verteld.
[slachtoffer 1] heeft tegen [slachtoffer 4] gezegd dat het niet waar was dat ze was mishandeld en dat ze het alleen uit angst had gezegd, aldus [slachtoffer 4] bij de rechter-commissaris. Direct daarna verklaart [slachtoffer 4] dat [slachtoffer 1] eigenlijk niet bang was, maar dat [slachtoffer 1] niet meer wilde werken. Ze had namelijk gehoord dat als je hier in Nederland bent en aangifte doet, je woonruimte toegewezen krijgt en mag blijven. Dat wilde [slachtoffer 1]. Later verklaart [slachtoffer 4] tijdens dat verhoor dat [slachtoffer 1] aan haar had verteld dat ze terug naar Hongarije wilde.
Tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris wordt [slachtoffer 4] geconfronteerd met haar verklaring bij de politie dat [slachtoffer 4] zou hebben gezien dat [slachtoffer 2] geld gaf aan verdachte [medeverdachte 3]. Daarop verklaart [slachtoffer 4] dat ze niet heeft gezien dat [slachtoffer 2] geld gaf aan [medeverdachte 3]. Toen [slachtoffer 2] van haar werk kwam, lag [slachtoffer 4] te slapen en werd ze wakker. Ze zag, half in slaap, dat [slachtoffer 2] een stuk papier aan [medeverdachte 3] gaf. Het bleek een papieren zakdoekje te zijn, want [medeverdachte 3] snoot zijn neus.
7.Medeplegen en medeplichtigheid
8.Vrijspraak
9.Bewezenverklaring
10.De strafbaarheid van de feiten
Verdachte zal dan ook op dit punt worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
11.De strafbaarheid van verdachte
12.Motivering van de straffen en maatregel
13.Benadeelde partijen
14.Toepasselijke wettelijke voorschriften
15.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
4 (VIER) JAREN.
mr. A. Koopsen, toe tot € 26.700,- (zesentwintigduizend en zevenhonderd euro), bestaande uit materiële en immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 30 mei 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening.