Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- Na het overlijden van budgethouder [persoon 25] op 18 oktober 2008 is een PGB voorschot uitgekeerd van € 23.917,49;
- Na het overlijden van budgethouder [persoon 26] op 28 februari 2008 is een PGB voorschot uitgekeerd van € 13.054,46;
- Na het overlijden van budgethouder [persoon 27] op 28 februari 2009 is een PGB voorschot uitgekeerd van € 2.311,68;
- Na het overlijden van budgethouder [persoon 28] op 11 april 2008 is een PGB voorschot uitgekeerd van € 48.777,57;
- Na het overlijden van budgethouder [persoon 29] op 22 oktober 2008 is een PGB voorschot uitgekeerd van € 30.239,05.
5.Bewezenverklaring
- [medeverdachte 1] en
- [medeverdachte 2]
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf van 21 (eenentwintig) maanden.
3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijd van 2 (twee) jarenvast.