De gemeente Amsterdam heeft de ligplaatsvergunning voor het bedrijfsvaartuig Koningin Juliana, oorspronkelijk verleend voor onbepaalde tijd, gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd tot 1 januari 2020. Eiseres, Rederij Lovers B.V., stelde dat er geen sprake was van een wijziging van omstandigheden en dat de vergunning geen schaarse vergunning was. De rechtbank oordeelde dat het leerstuk van schaarse vergunningen, dat pas na het oorspronkelijke besluit bekend werd, een nieuw inzicht vormt dat wijziging rechtvaardigt.
De rechtbank stelde vast dat er fysieke schaarste is in het gebied van het Open Havenfront en het Stadsdeel Centrum, waar het aantal beschikbare ligplaatsen aanzienlijk lager is dan het aantal exploitatievergunningen. Dit maakt de vergunning een schaarse vergunning, ook al betreft het geen economische activiteit in de traditionele zin.
Hoewel eiseres aanvoerde dat de koppeling met het a-locatiebeleid en passagiersvaartuigen onredelijk was, vond de rechtbank dat de wijziging tot 1 januari 2020 redelijk was, mede gezien het beleid om de a-locaties vrij te maken en marktconform te beprijzen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens gewijzigde motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.