Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juni 2018 in de zaak tussen
[de persoon] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontving in november 2016 onterecht bijstand terwijl hij vanaf die datum een WW-uitkering kreeg. Verweerder trok de bijstand over die maand terug en vorderde het bedrag van €928,29 terug. Eiser stelde dat hem door een medewerker was toegezegd dat hij het bedrag niet hoefde terug te betalen, en dat de terugvordering te laat kwam, waardoor het vertrouwensbeginsel werd geschonden.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een ondubbelzinnige toezegging is gedaan die een gerechtvaardigd vertrouwen kon wekken. De notitie van het gesprek ondersteunt dit niet. Ook is het beroep op de zesmaandenjurisprudentie niet succesvol omdat de teruggevorderde periode binnen zes maanden ligt en er een duidelijk signaal was van onterechte betaling.
Verder zijn er geen dringende redenen zoals onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die kwijtschelding rechtvaardigen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot terugvordering toe. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van bijstand over november 2016 wordt ongegrond verklaard.