ECLI:NL:CRVB:2016:318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand voor medische kosten van huisdieren onder de WWB
Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor medische kosten van hun hond en twee konijnen, waarbij het college deze aanvragen heeft afgewezen omdat dergelijke kosten niet als bijzondere noodzakelijke kosten volgens artikel 35, eerste lid, van de WWB worden beschouwd. De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd en het hoger beroep is eveneens ongegrond verklaard.
De Raad overweegt dat kosten verbonden aan het houden van huisdieren in beginsel algemene kosten van het bestaan zijn die uit het inkomen op bijstandsniveau moeten worden voldaan. Alleen bij een medische of psychosociale indicatie, zoals bij een hulphond, kunnen meerkosten voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Appellanten hebben geen objectieve medische of psychosociale gegevens aangeleverd die een dergelijke indicatie aannemelijk maken.
Verder is geoordeeld dat het feit dat de hond als gezinslid wordt beschouwd, of dat de hond niet meer verzekerbaar was, geen bijzondere omstandigheden vormen die bijstandsverlening rechtvaardigen. Ook een beroep op het vertrouwensbeginsel en de zorgplicht van het college slaagt niet. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de WWB gedecentraliseerd wordt uitgevoerd en verschillen in toepassing mogelijk zijn.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraken van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvragen om bijzondere bijstand voor medische kosten van huisdieren worden afgewezen.