Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 oktober 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
“Ik ga u de waarheid zeggen, Sinds 1 september 2015 doe ik schoonmaakwerkzaamheden bij mensen thuis, dat zijn 3 mensen in [woonplaats] , ik doe de huishouding bij hen, dit zijn kennissen van mijn vrienden, dit doe ik 3 dagen per week, 5 uur per dag. Ik krijg € 15,- per uur uitbetaald. Dat geld krijg ik contant.”Voorts verklaart eiseres dat zij geen boekhouding heeft bijhouden en dat zij van het ontvangen geld een deel op haar bankrekening stort en met de rest boodschappen doet. Op 19 december 2016 heeft eiseres op kantoor van verweerder inzage gegeven in haar online bankoverzicht vanaf
“U ziet dat ik in die periode bijna maandelijks bedragen op mijn rekening stort, deze bedragen betreffen verjaardagscadeaus, geld wat ik contant van mijn kinderen kreeg en wat er van mijn inkomsten uit schoonmaakwerkzaamheden overblijft.”Op 11 januari 2017 heeft een vervolggesprek plaatsgevonden op het kantoor van verweerder. Eiseres is verzocht om bankafschriften vanaf 1 januari 2012 te overleggen. Tijdens het gesprek verklaart eiseres dat zij de bankafschriften niet kon opvragen omdat zij ongeveer € 400,- hiervoor moest betalen en dat geld heeft zij niet. Verder verklaart eiseres:
“Het ging echt om een paar uur schoonmaakwerk. Ik ben pas eind 2015 begonnen met schoonmaakwerk. Niet eerder, ik heb niets meer toe te voegen, dit gesprek heb ik als moeilijk ervaren, omdat ik weet dat het mijn eigen schuld is door niet alles aan de gemeente te hebben verteld.”Verweerder heeft vervolgens alle bankafschriften van de ING bankrekening van eiseres gevorderd. Daaruit blijkt dat vanaf januari 2012 regelmatig geld is gestort en bijgeschreven op deze bankrekening. Uit het Proces-verbaal verhoor verdachte van 13 februari 2017 blijkt tot slot dat eiseres op de vraag of alle stortingen op haar bankrekening vanaf 2012 zwarte inkomsten uit werk als huishoudelijke hulp zijn beantwoordt met
:”ja deels.”.Voorts verklaart eiseres wisselend over de schoonmaakwerkzaamheden, van drie uur per week tot vijf uur op woensdag waarvoor zij € 80,- ontving. Aan het einde van het verhoor verklaart eiseres:
“Laat maar. Ik blijf bij mijn eerste verklaring een maand geleden. Deze verklaring ligt het dichtst bij de werkelijkheid. Het is mijn waarheid.”Tijdens de zitting bij de rechtbank verklaart eiseres één dag per week schoon te maken en drie dagen per week op haar kleinkind(eren) te passen.