Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2019 in de zaak tussen
[eiser 1] , te Amsterdam, eiser 1,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2019.
Rechtbank Amsterdam
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of bepaalde adressen in Amsterdam als woningen of bedrijfsruimten moeten worden aangemerkt. De rechtbank stelt vast dat de panden vergund en geregistreerd zijn als woningen en dat uit de Basisregistratie Personen blijkt dat er personen hebben gewoond, wat een begin van bewijs vormt voor permanente bewoning.
Eisers verhuurden de woningen aan toeristen via platforms als Booking.com, zonder de vereiste vergunning, wat volgens de Huisvestingswet verboden is. Verweerder legde daarom bestuurlijke boetes op van €27.000 per adres. Eisers betwistten dit en voerden aan dat het om bedrijfsruimten ging en dat zij niet als overtreder konden worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat de adressen tot de woonruimtevoorraad behoren en dat het verhuren aan toeristen zonder vergunning een overtreding is. Eisers konden weten dat de adressen als woningen werden gebruikt en hebben onvoldoende toezicht gehouden om onrechtmatig gebruik te voorkomen. Ook is het opleggen van twee afzonderlijke boetes terecht omdat het om twee verschillende woningen gaat.
De rechtbank wijst de beroepen af en ziet geen reden tot matiging van de boetes. De besluitvorming door verweerder is zorgvuldig verlopen, ondanks de korte reactietermijn voor de hoorzitting. De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van het bestuursorgaan om boetes op te leggen bij onttrekking van woonruimte aan de woonruimtevoorraad zonder vergunning.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de opgelegde bestuurlijke boetes wegens onttrekking van woonruimte aan de woonruimtevoorraad door vakantieverhuur zonder vergunning.