ECLI:NL:RVS:2018:3527
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete samenvoeging woningen wegens strijd met Huisvestingswet 2014
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellante een bestuurlijke boete van €81.000,- op wegens het onttrekken van vijf woningen aan de bestemming tot bewoning en het samenvoegen van twee woningen zonder vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boete en invordering.
Appellante stelde in hoger beroep dat de boete voor samenvoeging onterecht was, omdat feitelijk nooit twee woningen hadden bestaan door een gewijzigde omgevingsvergunning en huisnummerbesluit. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de woningen met de betrokken huisnummers nooit feitelijk bestonden en vernietigde het boetebesluit voor samenvoeging.
Ten aanzien van de onttrekking aan de bestemming tot bewoning oordeelde de Afdeling dat het pand woonbestemming had en daadwerkelijk bestemd was voor permanente bewoning. De constatering dat de woningen werden gebruikt als short stay zonder vergunning maakte het onttrekken aan de bestemming onrechtmatig. De boetes hiervoor blijven daarom gehandhaafd.
Verder werd het beroep over de termijnoverschrijding en opschorting van invordering verworpen. De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Boete voor samenvoeging woningen vernietigd, boetes voor onttrekking aan bestemming tot bewoning gehandhaafd.