Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontving sinds juli 2018 een bijstandsuitkering, die per 20 november 2018 werd ingetrokken door verweerder vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met zijn vriendin en het aannemelijk zijn van werkzaamheden als zelfstandig ondernemer met gebruik van een vervoermiddel. Verweerder stelde dat eiser niet had voldaan aan zijn inlichtingenplicht en dat hij inkomsten verwierf door taxivervoer.
De rechtbank oordeelde dat de e-mail waarin de intrekking werd aangekondigd geen besluit in de zin van de Awb was, waardoor het bezwaar tegen die e-mail niet-ontvankelijk was. Wel was het intrekkingsbesluit van 5 december 2018 rechtsgeldig. De rechtbank stelde vast dat eiser, zijn vriendin en zoontje feitelijk hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning, ondanks dat de vriendin elders stond ingeschreven, en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij het vervoermiddel niet gebruikte voor werk.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat hij onder druk zijn verklaring had afgelegd en dat er onvoldoende onderzoek was gedaan. De schending van de inlichtingenplicht en het aannemelijk zijn van het gebruik van het vervoermiddel voor inkomstenverwerving rechtvaardigden de intrekking van de bijstandsuitkering. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bijstandsuitkering is terecht ingetrokken wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.