ECLI:NL:CRVB:2017:2129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen inschrijving bij Kamer van Koophandel
Appellante ontving bijstand sinds december 2012. Na meldingen over mogelijke inkomsten en werkzaamheden in een eigen bedrijf, stelde de Regionale Sociale Dienst een onderzoek in. Uit dit onderzoek bleek dat appellante niet had gemeld dat zij als zelfstandig bestuurder bij de Kamer van Koophandel was ingeschreven, wat een schending van haar inlichtingenverplichting vormt.
De bijstand werd daarom ingetrokken vanaf 1 maart 2013 en de kosten over maart en april 2013 werden teruggevorderd. De rechtbank vernietigde deels deze besluiten, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door haar inschrijvingen bij de KvK niet te melden en dat het dagelijks bestuur terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd.
Appellante had onvoldoende bewijs geleverd dat zij geen inkomsten had en dat zij recht had op bijstand. De Raad oordeelde dat de boete van €1.750,- die de rechtbank had vastgesteld te hoog was en stelde deze vast op €925,37, gebaseerd op normale verwijtbaarheid en draagkracht. Het beroep tegen het nader besluit van juni 2015 werd ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd wegens niet gemelde inschrijving bij de KvK, met een boete van €925,37 wegens normale verwijtbaarheid.