Eiser kreeg op 26 februari 2019 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij op 12 februari 2019 zonder betaling parkeerde op een locatie in Amsterdam. Eiser voerde aan dat de parkeerautomaat defect was en dat hij een ontheffingskaart had, maar erkende dat hij haast had vanwege zijn werkzaamheden.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat een parkeerautomaat defect is niet betekent dat geen parkeerbelasting betaald hoeft te worden. Eiser had bij een andere automaat of via een parkeerapp kunnen betalen. De ontheffingskaart was niet geldig voor fiscale parkeerplaatsen, wat eiser had moeten weten.
De rechtbank concludeerde dat de bezwaaruitspraak van de heffingsambtenaar voldoende gemotiveerd was en dat het beroep ongegrond is. Er is geen reden voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.