ECLI:NL:PHR:2021:1011
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing parkeerbelasting ondanks gedeeltelijk parkeren op trottoir
Belanghebbende werd een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd voor het parkeren van zijn auto op 23 mei 2019 in Den Haag zonder betaling. Hij stelde dat zijn auto met twee wielen op het trottoir stond, waardoor geen sprake was van fiscaal parkeren maar van een strafrechtelijke overtreding (Mulder-feit).
De Rechtbank en het Gerechtshof Den Haag oordeelden dat het feit dat twee wielen op het trottoir stonden niet uitsluit dat sprake was van parkeren op een door het college aangewezen fiscale parkeerplaats. De auto stond zodanig geparkeerd dat andere weggebruikers niet konden parkeren, waardoor heffing van parkeerbelasting terecht was.
Belanghebbende voerde in cassatie aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd en dat het criterium 'nagenoeg geheel in het parkeervak' onvoldoende concreet en in strijd met het legaliteitsbeginsel was. De Advocaat-Generaal stelde dat heffing van parkeerbelasting slechts mogelijk is waar parkeren niet ingevolge een wettelijk voorschrift verboden is, maar dat in dit geval de auto op een door de gemeente aangewezen parkeerplaats stond, zodat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde dat parkeerbelasting geheven kan worden ondanks gedeeltelijk parkeren op het trottoir, zolang het voertuig nagenoeg geheel op een fiscale parkeerplaats staat en andere weggebruikers daardoor geen toegang hebben. Strafrechtelijke handhaving blijft mogelijk naast fiscale heffing.
Deze uitspraak verduidelijkt de scheiding tussen fiscale parkeerheffing en strafrechtelijke handhaving bij fout parkeren op de grens van parkeerplaatsen en trottoirs.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting blijft in stand.