Uitspraak
1.Procesverloop
2.Standpunten
3.Beoordeling
(artikel 24 lid Pro 3).
4.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats] ;
.
Rechtbank Amsterdam
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). Betrokkene verblijft sinds 2016 in een verpleeginrichting en lijdt aan cognitieve stoornissen passend bij het syndroom van Korsakov. De advocaat van betrokkene betwistte de duur van de machtiging en stelde dat passende zorg vrijwillig wordt aanvaard.
Tijdens de telefonische zitting verklaarden betrokkene en de specialist ouderengeneeskunde dat betrokkene regelmatig probeert te ontsnappen en dat opname op vrijwillige basis niet mogelijk is. De rechtbank oordeelde dat de cognitieve beperkingen en het regieverlies leiden tot ernstig nadeel, zoals verwaarlozing en levensgevaar door alcoholgebruik.
De rechtbank achtte de machtiging noodzakelijk en passend om ernstig nadeel te voorkomen. Gelet op het overgangsrecht en het voornemen van het ministerie om het syndroom van Korsakov als gelijkgestelde aandoening aan te wijzen, paste de rechtbank de Wzd toe. De machtiging werd verleend voor de duur van één jaar, korter dan de door het CIZ verzochte vijf jaar, vanwege de belangenafweging en de jaarlijkse verlenging onder de Wet Bopz.
De beschikking werd op 1 april 2020 mondeling gegeven en op 14 april 2020 schriftelijk bevestigd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot opname en verblijf verleend voor de duur van één jaar op grond van de Wet zorg en dwang.